Genomineerde gedichten

 

Dat was wat je zei (J 1)

Morgen,

Dat was wat je zei.

En ik, nietsvermoedend als ik was,

Geloofde.

Het bedrog zag ik niet.


Jaren,

Voordat ik besefte,

Dat morgen niet bestond,

En nooit komen zou.


Weet je dan niet?

Hoe het voelt?

Om gevangen te zijn,

In de eeuwige leegte van vandaag?


Gestorven is de glans,

Van het onschuldige kind in mij.

Gestorven,

Aan wantrouwen en verdriet.


Maar ergens,

Die in mij,

Schuilt een klein stukje verloren kind,

Dat nog steeds gelooft, puur als het is,

En wacht totdat de zon van morgen,

De onwerkelijke duisternis van vandaag komt verjagen.



Ochtendglorie (J 2)

ochtendglorie,

na het ontwaken van een vroege ochtend

wacht ik op het ochtendlicht

en

terwijl de net ontwaken stoeptegels

nog onder mijn voeten kraken

en

mijn lichaam mij tegelijkertijd langzaam

in slaap probeert te wiegen

wacht

ik op wat volgen zal


Metamorfose (J 3)

Morgen,

zo ongrijpbaar.

Wanneer je aanbreekt

breek je uit elkaar.

Ben je jezelf niet meer.


Langzaam onderga je de metamorfose

van toekomst, naar heden, naar verleden tijd.

En je gaat er aan ten onder.


Beste morgen,

ik zeg je vast vaarwel

Want voor ik het weet

ben je vandaag.

 Morgen. (J 4)

Één moment.

In elke dag.

Geeft een nieuwe start.

Een nieuw begin.


Één moment.

Van geluk.

Een zon die straalt.

Een helder idee.


Één dag.

Begint met een lach.

Eindigt met nacht.

En begint weer met morgen.


Niet morgen alleen de volgende dag,

Maar ook morgen een nieuwe start,

Zowel van de dag als van het leven.



Actueel 1942 (J 5)


In een ver verleden reis ik door de tijd

Als ik uit het raam kijk zie ik mensen

Spelen, stil zonder woorden



Als de zon ondergaat spelen ze

Morgen spelen ze

Gezichten, ze lachen niet

Monden, ze praten niet

Handen, ze gebaren niet


Een man schreeuwt

Handen, ze gebaren

Monden, ze lachen

Nu zie ik het geschreeuw

Ik hoor het in koor


Morgen

Ik speel, ik lach

Mijn handen lachen

Mijn mond lacht

Mijn gezicht lacht verdacht


Ik heb gelachen

Ik heb gespeeld

Voor de laatste keer

Misschien zie ik ze morgen weer


De mannen pakken mij vast

Schreeuwen mij toe

Hun gezicht kijkt toe


De trein staat met een klap stil


Het spoor eindigt


Moeders zorgen (J 6)


Mama goochelde met woorden,

‘niet nu! Dat kan morgen wel!’

We deden net alsof we haar niet hoorden,

en gingen verder met ons kinderspel.



Het laatste steentje domino,

‘daar in die rechter bovenhoek!’

Mama nog aan de cappuccino,

tot ze dreigen ging met billenkoek.



Wij als dolle stieren naar boven,

‘jongens! Wel je tanden verzorgen!’

We moesten mama nog wat beloven,

niet uit bed voor zes morgen!



Een dag zoals morgen… (J 7)

Hoe zal morgen,

de dag weer lopen?

Hoe zal morgen,

de dag weer zijn?

Wordt het een dag,

met heel veel zorgen,

of wordt het een dag,

met heel veel pijn?


Zou je het eigenlijk,

wel willen weten,

als morgen de zon,

ineens niet meer schijnt?

Zou je het leuk vinden,

om al te weten,

dat morgen de wereld,

voor je ogen verwijnt?


Nee, laat mij maar dromen,

van een dag zoals morgen,

waarin waarschijnlijk,

de zon weer schijnt,

een dag zoals morgen,

dag zonder zorgen,

waar zoiets als pijn,

gewoon verdwijnt.

De veteraan (J 8)


De oude man staart uit het raam

Zijn lange vingers omklemmen

een foto, een beeld; een jongen

zijn gladgestreken uniform

oogt nog nieuw, zijn huid nog gaaf

zijn ogen eeuwig trots.


De oude man staart uit het raam

kinderen spelen op de straat

van pief paf, en jij bent dood

een treurlach en hij schudt zijn hoofd

hij heeft er te veel zien gaan.


De oude man staart uit het raam

Schemering en nacht daarna

En morgen

is de foto een dag ouder.


De oude man staart uit het raam

de straat is verlaten, de zuster verlaat

het is of zijn dagen zijn verstreken

maar de dood hem overslaat.


Nooit meer morgen (J 9)


Nooit meer schelden,

nooit meer lachen,

nooit meer huilen,

nooit meer zijn.


Nooit meer voelen,

nooit meer leven,

nooit meer vreugde,

nooit meer pijn.


Nooit meer praten,

nooit meer zwijgen,

nooit gelijk meer,

nooit meer mis.


Nooit meer hopen

dat er op een dag

een nieuwe morgen is.

Nooit meer zoeken,

nooit meer vinden,

nooit meer samen,

nooit alleen.


Nooit meer niks zijn,

nooit meer held zijn.

nooit een blok meer

aan een been.


Nooit meer praten

nooit meer zwijgen

nooit gelijk meer

nooit meer mis


En nooit meer hopen

dat er op een dag

een nieuwe morgen is.


Toekomst verhaal (J 10)


Vertellen over morgen

is als praten over een mens

die je niet kent,

waarvan je

niet weet dat hij bestaat

niet weet dat hij ooit komt



Mooi, lelijk, aardig of lief?

Zal hij van me houden,

Krijgen we ruzie

Opent of sluit hij de deur

Naar de toekomst


Vertellen over morgen

is als praten over een mens,

die je niet kent,

waarvan je

niet weet dat hij bestaat

niet weet dat hij ooit komt

 


Publieksprijs gedichten Volwassenen

Toekomst (V 1)


Op een dag

likken de straten

hun gezicht schoon,

ze verjagen de schimmen

uit het verleden.


Op zo’n dag

wordt de morgen

geschreven, leg ik

mijn kleinste nerven bloot.


Op die dag

kus ik je zacht

op wakker geworden lippen

en doe mijn schaamrok af.

Gisteren, vandaag, morgen (V 2)


Ik hou van de kleur van je haar

Het gele goud smelt met mij

Het verft ons huis

en naar je kijken maakt me rijk.


Ik hou van de kleur van je haar

Nu, vandaag en zeker morgen

Want ik hou nog meer

van wit goud om me heen


Ik hou van het gevoel van je huid

De roze zijde om me heen

Het houdt me warm

en blijft altijd mijn maat


Ik hou van het gevoel van je huid

Nu, vandaag en zeker morgen

Want waarom denk je

dat plooi rijmt op mooi?


Ik hou van de klank van je stem

Het danst van hoog tot laag

Het is muziek

en dankzij jou ben ik melomaan


Ik hou van de klank van je stem

Nu, vandaag en zeker morgen

Want ik verlang nog steeds

naar het kraken van vinyl





Maandagochtend half zes (V 3)


Zoals de leegte gaat liggen op

de plek die ik vulde zo vult de leegte

het bed en ik het raam.


Zo ben ik vol raam en ligt het bed

vol leegte. En de ochtend vult het raam

en ik ben vol ochtend.


Maar ik wil het nog niet weten – zo’n bed vol leegte:

er is al genoeg ellende waarover ik me schaam.


En zo kruipen we samen gezellig in bed:

de ochtend de leegte, ik en het raam.



HET CAFE (V 4)


Weet iemand toevallig

hoe laat het is aan de tijd?

Kent iemand onder ons

De roetsjbaan waarop de

onzichtbare tijd verglijdt?


Komt er aan het einde

van onze portie uren

nog een eeuwig duren

met engelen, muziek, een

gemaskerd bal

zonder aftakeling en verval?


Wijnschenker, vul de bekers

het is nog niet te laat,

drink eens uit voordat

de wereld vergaat.


Richt uw glas naar de maat

die vlak naast u staat,

want in dit oude huis

stromen zeeën van tijd

en oeverloze gelukzaligheid.


Gisteren is voorbij

morgen komt nooit aan,

maar het café blijft altijd bestaan.


Dageraad (V 5)


fluisterstralend geeft het morgenlicht

het geheimenis van deze ochtend bloot


voelbaar doet de morgen haar intrede

en wandel ik haar wonder binnen


heel ingetogen omgeeft zij mij

intiem verrijzen haar gedaanten


in de ochtendwereld sta ik sprakeloos

van haar liefdevolle broosheid


zo eeuwig zacht is haar kracht


“morgen”, zei ze (V 6)


‘k Heb papa gebeld

z’n vriendin nam op

morgen belt hij, werd me verteld


Vandaag heb ik bij de telefoon gewacht

afspraken heb ik afgezegd

papa’s telefoontje werd immers verwacht


‘k Heb papa weer gebeld

z’n vriendin nam op

morgen belt hij, werd me wederom verteld


Vandaag (vanuit de bus) zag ik papa bij z’n huis

‘k heb nogmaals gebeld

hij was immers thuis

z’n vriendin nam op

morgen belt ‘ie werd me weer verteld


Gister trof ik papa op straat

als het een ander was had ik hem gehaat

hij had haast, maar mórgen belt ‘ie, écht! Hij had het beloofd…

Ik weet: beloften zijn snel gemaakt…

en woorden zijn “goedkoop”

maar mijn papa liegt toch nooit??

Hij was mijn enige hoop


Vandaag heb ik bij de telefoon gewacht

afspraken heb ik afgezegd

papa’s telefoontje werd immers verwacht

Mist (V 7)
De stroom van de tijd

Verdwijnt in de mist

Morgen


Agenda

Organizer

Jaarplanning

Manhaftige pogingen

Om uitzicht te krijgen

Op morgen


Strijk de zeilen

Haal het roer op

Drijf mee in de mist

Naar morgen


Verandering (V 8)

Morgen komt,

eindeloos weer,

verlangen naar

wat er nog niet is


pas als morgen

verandert in vandaag

plukt zij de dag, heel graag,

en blaast de morgen weg


om weer even

dat kind te zijn van zes

dat zwemt als een vis

liefde vangt met een natte zoen

een schat ziet in een versleten schoen


dit glas (V 9)

laat het tot morgen

daar rustig te keer

daar nergens ophouden

aan die kant tegen het glas

dit glas het tot morgen buiten

en geen wolk en regen niet

de nacht niet en geen mens hier

door dit glas dit glas

ons uit de wind van druppels

donker een mens

dit glas onder het geweld

minder bewegen dit glas onze huid

het luik voor de ogen

zich niet bewegen

voor het licht is en dan alleen

omdat er iets gebeurt

dat het licht wordt


Geen titel (V 10)

De tijd heeft mij nu ingehaald –

mijn woorden waren ooit geschiedenis

Nu zijn ze wat ik morgen

denken zal

En het heelal

met lichtjaren ertussen

Met vuursterren

die branden kunnen blussen

De zon kust vurig zacht

mijn woorden wakker

Ze weet dat ik in ijs

gekluisterd ben

Verstijfd, versteend, verbaasd,

verschieten woorden

Buiten mijn macht

als bellen uit het ijs

Dit is de zuurstof:

zie ik leef en red me

De zon kijkt toe en ziet

en streelt mijn lippen

Zij spreekt niet

de liefde is grauw mijn kind

Dat zegt ze

en ze streelt mijn lippen,

vrij

Omarm je leven kind en

spreek met woorden

Ook als wij even weten

dat het nacht is.